Jozef Van Ruyssevelt


du 6/02 au 4/03/2015



 

JOZEF VAN RUYSSEVELT (Bazel 1941 - Kalmthout 1985)

C’est le 25 mai 1941 que Jozef Van Ruyssevelt voit le jour à Bazel, sur les bords de l’Escaut à 15 km d’Antwerpen. A douze ans, il rentre à l’Académie d’Antwerpen en gravure, peinture et dessin sous l’égide de trois artistes de renom: Antoon Marstboom, René De Coninck et Jos Hendrickx. C’est ce dernier dont il deviendra très proche qui exercera une grande influence sur son évolution de peintre. A la fin de l’été 1965, Van Ruyssevelt quitte l’Académie, porteur du diplôme de lauréat. En 1971, il y reviendra après avoir été nommé titulaire de la classe de gravure.

Lors de ses premières expositions, ce sont surtout ses eaux-fortes qui retiennent l’attention. Rien d’étonnant dès lors que ce soit avec ses gravures qu’il reçoit en 1964 le prix des Arts plastiques (Gravure) de la Province de Flandre Orientale. Encore étudiant, il avait déjà reçu le Prix d’Outrelon de Try pour ses œuvres graphiques et la médaille du Gouvernement.

A la fin de 1960, Van Ruyssevelt s’engage dans la voie d’un art de recherche formelle, un art qui se replie sur lui-même, qui s’interroge sur sa propre nature. Reste à savoir si cette évolution trouve son origine en elle-même ou si elle est redevable d’influences étrangères. S’il fallait citer un nom, ce serait celui de Giorgio Morandi.

En 1965, il reçoit le Prix Oscar Notebohm pour la peinture. Sans passer au non-figuratif, Van Ruyssevelt se met à réduire à l’extrême l’apport du figuratif dans ses tableaux, ce qui lui vaut de remporter le Prix Camille Huysmans en 1971, une mention d’encouragement au Prix de Rome en 1976 et le prix Toetenel en 1977. Il est aussi fait chevalier de l’Ordre de la Couronne.

A l’étranger, Van Ruyssevelt participe à des expositions de groupe importantes à Ljubljana (Exposition internationale de gravure - 1965), à Krakow (Biennale graphique -1966), à Bergen-op-Zoom (1970), à Saint-Petersbourg (Aspects de l’Art Flamand - 1998), à Eelde (rétrospective au Musée de l’Art Figuratif - 2001). Plusieurs de ses œuvres font partie des collections de l’Etat Belge, du Cabinet des Estampes à Bruxelles, du Musée Royal des Beaux-Arts d’Antwerpen. L’entièreté de son œuvre graphique se trouve au Rijksmuseum à Amsterdam et plus de cent planches de gravures sont conservées au Musée Plantin-Moretus à Antwerpen.

En 1974, il s’installe à Essen. La nouvelle demeure paraît ouverte aux quatre vents, accueillante au spectacle de la nature qui l’entoure : les fleurs, les arbres, les nuages, les saisons et par-dessus tout, à la lumière et delà à la couleur. La véranda sera bientôt le thème préféré de l’artiste. Voici donc le moment décisif dans l’évolution de sa peinture. Van Ruyssevelt se rend compte de sa nature dionysiaque qui, l’entraînant dans un délire créateur, atteint son point culminant en 1980. En cette année il peint plus de soixante-cinq tableaux à la gouache.

Deux ans plus tard, la nostalgie d’une peinture plus réfléchie, plus ordonnée remonte à la surface. Cette dernière évolution, pleine de promesses, est interrompue par la maladie et par sa mort dramatique à Kalmthout, le 20 mars 1985.


Jozef Van Ruyssevelt werd op 25 mei 1941 te Bazel in Oost-Vlaanderen geboren. Zijn studiejaren bracht hij door in Antwerpen waar hij aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten de opleiding Schilderkunst en Grafiek volgde. In 1965 werd hij daar laureaat van het Hoger Instituut. Zijn leermeesters in Antwerpen waren Antoon Marstboom, René De Coninck en Jos Hendrickx. Vooral Jos Hendrickx, met wie Van Ruyssevelt goed bevriend raakte, oefende grote invloed uit op zijn ontwikkeling als schilder.

Na voltooiing van zijn studie vestigde Van Ruyssevelt zich in Temse, maar slechts voor korte tijd. Al spoedig - na zijn huwelijk met May Suykerbuyk in 1966 - verhuisde hij naar Essen in de provincie Antwerpen, waar hij tot aan zijn dood in 1985 bleef wonen.

In 1971 werd Van Ruyssevelt titularis van de etsklas aan de Antwerpse Academie. Hoewel de onderwijstaak die hij daar verrichtte, veel van zijn tijd en zijn energie vergde, bleef hij zich concentreren op zijn eigen werk. Zijn productiviteit werd steeds indrukwekkender. Honderden olieverf-schilderijen, pastels, gouaches, aquarellen en etsen vervaardigde hij in de jaren die volgden. Tussen 1975 en 1983 lagen de topjaren van zijn creativiteit en werkzaamheid.

Het werk van Van Ruyssevelt werd met verschillende prijzen en onderscheidingen bekroond en veelvuldig tentoongesteld in België en in het buitenland. Jozef van Ruyssevelt werd benoemd tot Ridder in de Kroonorde.

In België waren zijn schilderijen en etsen herhaalde malen te zien op speciaal aan Van Ruyssevelt gewijde exposities en op groeps-tentoonstellingen, waar ze altijd meer dan gewone aandacht trokken.

In het buitenland nam Van Ruyssevelt deel aan een groot aantal groepstentoonstellingen, waaronder de Internationale Tentoonstelling voor Gravure in Ljubljana (voormalig Joegoslavië) in 1965, de Biënnale voor Grafiek te Krakow (Polen) in 1966 en de tentoonstelling Aspects de l ́Art Flamand, in Sint Petersburg in 1998. Belangrijke tentoonstellingen gewijd aan zijn werk vonden plaats te Bergen op Zoom (Nederland) in 1970 en in de Markiezenhof in 1998. Een tentoonstelling van zijn werk was te zien in het Museum voor Figuratieve Kunst te Eelde (Drente) in 2001. Werken van zijn hand bevinden zich in verzamelingen van de Belgische Staat, van het Prentenkabinet te Brussel, het Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen en in talrijke privé-collecties. Het gehele grafisch oeuvre, ruim 130 etsen, is opgenomen in het Prentenkabinet van het Rijksmuseum te Amsterdam.

Reeds tijdens zijn studie verwierf Jozef Van Ruyssevelt voor zijn grafisch werk de Prijs d'Outrelon de Try en de Regeringsmedaille. Andere prijzen, die hem in de loop van latere jaren werden toegekend, zijn: de Provinciale Prijs Plastische Kunsten Provincie Oost-Vlaanderen (1964), de Prijs Oscar Nottebohm voor schilderen (1965), de Prijs Camille Huysmans voor schilderen (1971), de Aanmoedigingstoelage Prijs van Rome (1976) en de André Toetenel-prijs voor schilderen (1977). De meer dan honderd etsplaten uit zijn oeuvre zijn opgenomen in het Stedelijk Prentenkabinet van het Museum Plantin-Moretus in Antwerpen.

 


Jozef Van Ruyssevelt studeerde in Antwerpen, waar hij aan de Koninklijke

Academie voor Schone Kunsten de opleiding Schilderkunst en Grafiek volgde. In 1965 werd hij laureaat van het Hoger Instituut. In 1971 werd Van Ruyssevelt titularis van de etsklas aan de Antwerpse Academie. Zijn onderwijstaak vroeg veel tijd en energie. Maar hij bleef zich ook concentreren op zijn eigen werk. Honderden olieverfschilderijen, pastels, gouaches en etsen vervaardigde hij in de jaren die volgden. “Werk vol woede èn berusting, van het diepste zwart tot de heerlijkste kleuren- explosies. Een man vruchteloos op zoek naar het licht... Tussen 1978 en 1985 beleefde hij een intense creatieve periode ... De aandachtige toeschouwer ziet een kunstenaar die strijd levert. Met zichzelf, zijn verf, zijn pastelkleuren. Met de koperplaat en het etszuur ... Een kunstenaar die elke dag weer de kleur en het licht wou vangen in de verf”

ERIC RINCKHOUT, De schilder der winderige dagen, De Morgen, 2009

Het werk van Van Ruyssevelt werd met verschillende prijzen en onderscheidingen bekroond en zijn werk werd veelvuldig tentoongesteld in België en in het buitenland.

Sans passer au non-figuratif Van Ruyssevelt se met à réduire l’apport du figuratif dans ses tableaux. Les années 1975 à 1983 forment le temps le plus créatif. En 1980 il atteint son point culminant. En cette année il peint plus que soixante-cinq tableaux à la gouache. Deux ans plus tard une peinture plus réfléchie et plus ordonnée remonte à la surface. Cette dernière évolution, pleine de promesses, est interrompue par la maladie de l’artiste et par sa mort le 20 mars 1985.

Plusieurs de ses œuvres font partie des collections de l’Etat belge, du Cabinet des Estampes à Bruxelles, du Musée Royal des Beaux-Arts d’Anvers. L’ensemble de ses œuvres graphiques (plus de 130 gravures) et plusieurs gouaches et pastels sont conservés au Rijksmuseum à Amsterdam.

JOOST DE GEEST

“Op eigen voorwaarden kunst maken: weinig kunstenaars zijn daarin zo extreem geweest als Jozef Van Ruyssevelt. Bij zijn dood liet hij een indrukwekkend œuvre na ... Met vrijwel niemand lijkt hij zijn bijna mystieke verhouding met het licht te delen. (Hij) schildert zonder uitzondering naar de waarneming. En toch is hij niet in de eerste plaats geïnteresseerd in de uiterlijke verschijningsvorm van de dingen. Hij lijkt veeleer gefascineerd door de manier waarop de dingen zich aan hem voordoen.”

PETER KOENE, Jozef Van Ruyssevelt, Een schildersleven, 1996


www.jozefvanruyssevelt.be