Jozef Van Ruyssevelt


du 17/09 au 30/10/2022

“Wat heeft Van Ruyssevelt geschilderd ? Dagelijkse dingen, nauwelijks mensen. De landschappen vormen misschien niet de grootste groep werken ; zij tonen wel op welke manier hij zijn picturale middelen gebruikte voor een onderwerp dat er gewoon was. Een interieur of stilleven is zoveel gemakkelijker te manipuleren, al maakte hij van deze mogelijkheid nauwelijks gebruik.
In de academische opbouw vertrekt men van een schets of tekening en men werkt van de achtergrond naar de voorgrond. Hij werkt helemaal anders, in verschillende lagen en de laatste lag geeft het werk structuur, door toevoeging van lichtpartijen of wolken die de boompartijen of anderen elementen afbakenen. Het hele werk is zo een opeenstapeling van aparte elementen die als in een collage van voorraf uitgesneden stukken, tenslotte een eenheid vormen. Matisse ging zo te werk in zijn “papiers collés”. Van Ruyssevelt gaat daarin veel verder: de rand van de toegevoegde stukken vervangt de traditionele rol van de lijn – men verwacht dat niet van een graficus! Hij schept zo een reliëf of een contrast, kleur tegen kleur…”

Joost De Geest  - JVR - In de ban van het licht.

Diplômé de la Royale Académie d’Anvers en peinture et gravure, il y devint professeur titulaire de la classe de gravure à partir de 1971. Bien que l’enseignement lui prenne temps et énergie, il reste aussi concentré sur ses propres créations et réalise des centaines d’œuvres (peintures, pastels, gouaches, gravures, collages, eaux fortes, ...).

"Hij staat niet in de handboeken omdat hij niet ‘modern’ was. Hij was zoals dat heet, niet mee met zijn tijd. Ten tijde van de pop art, de performances en de conceptuele kunst bleef hij etsen en pastels maken, en schilderen met gouache en olieverf. ‘Erger nog’ : zijn werk was figuratief op een moment dat dat niet meer salonfähig was. In 2009 heb ik hem toevallig ontdekt door een mooie tentoonstelling in Jakob Smits Museum in Mol. En nu heeft Van Ruyssevelt, in het prachtige Parijs stadspaleis van de Fondation Custodia, een groot en waardig eerbetoon gekregen".

Eric Rinckhout, « Jozef VR in Parijs: de stormachtige kleuren van de claustrofobie », 2016

En effet, en 2016, la Fondation Custodia (Paris) a, en collaboration avec le Rijksmuseum d’Amsterdam exposé une sélection d’œuvres sur papier de l’artiste et a publié un catalogue raisonné de l’œuvre graphique de VR. « En admirant les gravures d’une grande intensité de noir de Josef Van Ruyssevelt (1941-1985), puis ses gouaches et pastels aux couleurs éclatantes, on comprend l’émotion ressentie par Ger Luijten, directeur de la Fondation Custodia, en découvrant, en 2006, le travail de cet artiste flamand qui ne figurait dans aucun manuel d’histoire de l’art.
Peintre et graveur, Josef Van Ruyssevelt a dessiné, gravé et peint presque exclusivement son univers familier et proche : des toits vus de la fenêtre de sa chambre lorsqu’il était étudiant à Anvers, l’intérieur de sa maison à Essen, des objets du quotidien, son jardin aux beaux jours, les bâtiments de son quartier.
Si ses eaux-fortes, (paysages ou natures mortes) sont réalisées à l’aide d’un dense et fougueux réseau de fines hachures créant des clairs- obscurs puissamment contrastés et amenant une certaine mélancolie, ses gouaches et pastels, sur les mêmes sujets, surprennent par leurs tonalités chaudes, le lâcher prise dans la gestuelle et leur douceur de vivre qui évoque celle des tableaux de Bonnard, qu’il admire... »

(L’Agora des Arts, « Jozef VR, Capturer la lumière », Paris, 2016)

A l’étranger, Van Ruyssevelt participe à des expositions de groupe importantes à Ljubljana (Exposition internationale de gravure - 1965), à Krakow (Biennale graphique -1966), à Bergen-op-Zoom (1970), à Saint-Petersbourg (Aspects de l’Art Flamand - 1998), à Eelde (rétrospective au Musée de l’Art Figuratif - 2001).
Plusieurs de ses œuvres font partie des collections de l’Etat Belge, du Cabinet des Estampes à Bruxelles, du Musée Royal des Beaux-Arts d’Antwerpen. L’ensemble de ses œuvres graphiques (plus de 130 gravures) et plusieurs gouaches et pastels sont conservés au Rijksmuseum à Amsterdam et ses planches de gravures sont conservées au Musée Plantin-Moretus à Antwerpen. Plusieurs œuvres sur papier se retrouvent maintenant dans la Collection de la Fondation Custodia - Collection Frits Lugt à Paris.

Literatuur :
- Marcel Duchateau, “Jozef Van Ruyssevelt” (1990, Vrienden van Jozef Van Ruyssevelt).
- Peter Koene en Mieke van Schaijk, “Jozef Van Ruyssevelt, een schildersleven” (1996, Uitgeverij P.)
- Toine Moerbeek, “Jozef Van Ruyssevelt : familie van de bol, de schaduw, de foto en andere schilders” (2001, Vrienden van Jozef Van Ruyssevelt)
- Joost de Geest, “Jozef Van Ruyssevelt, In de ban van het licht” (2007, De vrienden van Jozef Van Ruyssevelt)
- Gijsbert van der Wal, “Jozef Van Ruyssevelt, Het grafische werk” (2016, Fondation Custodia)

Liens externes

site de l'artiste

 

du 6/02 au 4/03/2015



 

JOZEF VAN RUYSSEVELT (Bazel 1941 - Kalmthout 1985)

C’est le 25 mai 1941 que Jozef Van Ruyssevelt voit le jour à Bazel, sur les bords de l’Escaut à 15 km d’Antwerpen. A douze ans, il rentre à l’Académie d’Antwerpen en gravure, peinture et dessin sous l’égide de trois artistes de renom: Antoon Marstboom, René De Coninck et Jos Hendrickx. C’est ce dernier dont il deviendra très proche qui exercera une grande influence sur son évolution de peintre. A la fin de l’été 1965, Van Ruyssevelt quitte l’Académie, porteur du diplôme de lauréat. En 1971, il y reviendra après avoir été nommé titulaire de la classe de gravure.

Lors de ses premières expositions, ce sont surtout ses eaux-fortes qui retiennent l’attention. Rien d’étonnant dès lors que ce soit avec ses gravures qu’il reçoit en 1964 le prix des Arts plastiques (Gravure) de la Province de Flandre Orientale. Encore étudiant, il avait déjà reçu le Prix d’Outrelon de Try pour ses œuvres graphiques et la médaille du Gouvernement.

A la fin de 1960, Van Ruyssevelt s’engage dans la voie d’un art de recherche formelle, un art qui se replie sur lui-même, qui s’interroge sur sa propre nature. Reste à savoir si cette évolution trouve son origine en elle-même ou si elle est redevable d’influences étrangères. S’il fallait citer un nom, ce serait celui de Giorgio Morandi.

En 1965, il reçoit le Prix Oscar Notebohm pour la peinture. Sans passer au non-figuratif, Van Ruyssevelt se met à réduire à l’extrême l’apport du figuratif dans ses tableaux, ce qui lui vaut de remporter le Prix Camille Huysmans en 1971, une mention d’encouragement au Prix de Rome en 1976 et le prix Toetenel en 1977. Il est aussi fait chevalier de l’Ordre de la Couronne.

En 1974, il s’installe à Essen. La nouvelle demeure paraît ouverte aux quatre vents, accueillante au spectacle de la nature qui l’entoure : les fleurs, les arbres, les nuages, les saisons et par-dessus tout, à la lumière et delà à la couleur. La véranda sera bientôt le thème préféré de l’artiste. Voici donc le moment décisif dans l’évolution de sa peinture. Van Ruyssevelt se rend compte de sa nature dionysiaque qui, l’entraînant dans un délire créateur, atteint son point culminant en 1980. En cette année il peint plus de soixante-cinq tableaux à la gouache.

Deux ans plus tard, la nostalgie d’une peinture plus réfléchie, plus ordonnée remonte à la surface. Cette dernière évolution, pleine de promesses, est interrompue par la maladie et par sa mort dramatique à Kalmthout, le 20 mars 1985.


Jozef Van Ruyssevelt werd op 25 mei 1941 te Bazel in Oost-Vlaanderen geboren. Zijn studiejaren bracht hij door in Antwerpen waar hij aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten de opleiding Schilderkunst en Grafiek volgde. In 1965 werd hij daar laureaat van het Hoger Instituut. Zijn leermeesters in Antwerpen waren Antoon Marstboom, René De Coninck en Jos Hendrickx. Vooral Jos Hendrickx, met wie Van Ruyssevelt goed bevriend raakte, oefende grote invloed uit op zijn ontwikkeling als schilder.

Na voltooiing van zijn studie vestigde Van Ruyssevelt zich in Temse, maar slechts voor korte tijd. Al spoedig - na zijn huwelijk met May Suykerbuyk in 1966 - verhuisde hij naar Essen in de provincie Antwerpen, waar hij tot aan zijn dood in 1985 bleef wonen.

In 1971 werd Van Ruyssevelt titularis van de etsklas aan de Antwerpse Academie. Hoewel de onderwijstaak die hij daar verrichtte, veel van zijn tijd en zijn energie vergde, bleef hij zich concentreren op zijn eigen werk. Zijn productiviteit werd steeds indrukwekkender. Honderden olieverf-schilderijen, pastels, gouaches, aquarellen en etsen vervaardigde hij in de jaren die volgden. Tussen 1975 en 1983 lagen de topjaren van zijn creativiteit en werkzaamheid.

Het werk van Van Ruyssevelt werd met verschillende prijzen en onderscheidingen bekroond en veelvuldig tentoongesteld in België en in het buitenland. Jozef van Ruyssevelt werd benoemd tot Ridder in de Kroonorde.

In België waren zijn schilderijen en etsen herhaalde malen te zien op speciaal aan Van Ruyssevelt gewijde exposities en op groeps-tentoonstellingen, waar ze altijd meer dan gewone aandacht trokken.

In het buitenland nam Van Ruyssevelt deel aan een groot aantal groepstentoonstellingen, waaronder de Internationale Tentoonstelling voor Gravure in Ljubljana (voormalig Joegoslavië) in 1965, de Biënnale voor Grafiek te Krakow (Polen) in 1966 en de tentoonstelling Aspects de l ́Art Flamand, in Sint Petersburg in 1998. Belangrijke tentoonstellingen gewijd aan zijn werk vonden plaats te Bergen op Zoom (Nederland) in 1970 en in de Markiezenhof in 1998. Een tentoonstelling van zijn werk was te zien in het Museum voor Figuratieve Kunst te Eelde (Drente) in 2001. Werken van zijn hand bevinden zich in verzamelingen van de Belgische Staat, van het Prentenkabinet te Brussel, het Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen en in talrijke privé-collecties. Het gehele grafisch oeuvre, ruim 130 etsen, is opgenomen in het Prentenkabinet van het Rijksmuseum te Amsterdam.

Reeds tijdens zijn studie verwierf Jozef Van Ruyssevelt voor zijn grafisch werk de Prijs d'Outrelon de Try en de Regeringsmedaille. Andere prijzen, die hem in de loop van latere jaren werden toegekend, zijn: de Provinciale Prijs Plastische Kunsten Provincie Oost-Vlaanderen (1964), de Prijs Oscar Nottebohm voor schilderen (1965), de Prijs Camille Huysmans voor schilderen (1971), de Aanmoedigingstoelage Prijs van Rome (1976) en de André Toetenel-prijs voor schilderen (1977). De meer dan honderd etsplaten uit zijn oeuvre zijn opgenomen in het Stedelijk Prentenkabinet van het Museum Plantin-Moretus in Antwerpen.


Jozef Van Ruyssevelt studeerde in Antwerpen, waar hij aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten de opleiding Schilderkunst en Grafiek volgde. In 1965 werd hij laureaat van het Hoger Instituut. In 1971 werd Van Ruyssevelt titularis van de etsklas aan de Antwerpse Academie. Zijn onderwijstaak vroeg veel tijd en energie. Maar hij bleef zich ook concentreren op zijn eigen werk. Honderden olieverfschilderijen, pastels, gouaches en etsen vervaardigde hij in de jaren die volgden. “Werk vol woede èn berusting, van het diepste zwart tot de heerlijkste kleuren- explosies. Een man vruchteloos op zoek naar het licht... Tussen 1978 en 1985 beleefde hij een intense creatieve periode ... De aandachtige toeschouwer ziet een kunstenaar die strijd levert. Met zichzelf, zijn verf, zijn pastelkleuren. Met de koperplaat en het etszuur ... Een kunstenaar die elke dag weer de kleur en het licht wou vangen in de verf

ERIC RINCKHOUT, De schilder der winderige dagen, De Morgen, 2009

Het werk van Van Ruyssevelt werd met verschillende prijzen en onderscheidingen bekroond en zijn werk werd veelvuldig tentoongesteld in België en in het buitenland.
Sans passer au non-figuratif Van Ruyssevelt se met à réduire l’apport du figuratif dans ses tableaux. Les années 1975 à 1983 forment le temps le plus créatif. En 1980 il atteint son point culminant. En cette année il peint plus que soixante-cinq tableaux à la gouache. Deux ans plus tard une peinture plus réfléchie et plus ordonnée remonte à la surface. Cette dernière évolution, pleine de promesses, est interrompue par la maladie de l’artiste et par sa mort le 20 mars 1985.

JOOST DE GEEST

Op eigen voorwaarden kunst maken: weinig kunstenaars zijn daarin zo extreem geweest als Jozef Van Ruyssevelt. Bij zijn dood liet hij een indrukwekkend œuvre na ... Met vrijwel niemand lijkt hij zijn bijna mystieke verhouding met het licht te delen. (Hij) schildert zonder uitzondering naar de waarneming. En toch is hij niet in de eerste plaats geïnteresseerd in de uiterlijke verschijningsvorm van de dingen. Hij lijkt veeleer gefascineerd door de manier waarop de dingen zich aan hem voordoen.

PETER KOENE, Jozef Van Ruyssevelt, Een schildersleven, 1996